zondag 30 oktober 2011

Laatste kernenergienieuws!

Een nieuwe toekomst voor kernenergie?
 
Voor de ramp met de kerncentrale in Fukushima werd veel gesproken over een op handen zijnde ‘nucleaire renaissance’. Hiervoor werden verschillende redenen genoemd: stijgende prijzen van fossiele brandstoffen maakten investeringen in kernenergie steeds winstgevender, kernenergie zou geschikt zijn als CO2 neutrale overbrugging tijdens de overgang van fossiele naar duurzame energie en nieuwe technieken zouden ervoor zorgen dat nieuwe centrales veiliger zijn en minder afval produceren. In de praktijk is nog weinig te merken van deze renaissance.
Het aandeel van kernenergie in de mondiale energieproductie is de afgelopen 10 jaar gedaald van 6,2 naar 5,2 procent. De laatste jaren is er wel een toename geweest van het aantal in aanbouw zijnde reactoren, vooral in China, India, Rusland en Zuid-Korea. De verwachte capaciteitsuitbreiding is echter te weinig om een verdere daling van het nucleaire aandeel in de energieproductie te voorkomen.

Economische factoren
Een nucleaire renaissance werd in de eerste plaats verhinderd door economische factoren. De bouwkosten van kerncentrales zijn hoog in vergelijking met concurrerende energiebronnen als kolen- en gascentrales. Dit verschil is de afgelopen jaren verder gegroeid en deze groei zal naar verwachting doorzetten. Hier tegenover staan lage operationele kosten waardoor het wel aantrekkelijk is om een reeds bestaande centrale in bedrijf te houden. Voor een nieuw te bouwen centrale leiden de hoge investeringen echter tot een stroomprijs die ver boven die van kolen of gas ligt.
Andere belangrijke nadelen van nieuwe kerncentrales zijn de lange aanlooptijd (minimaal 10 jaar) en de geringe flexibiliteit: kerncentrales zijn grootschalig en moeten op volle capaciteit draaien.
De hoge investeringskosten en de geringe flexibiliteit wegen vooral zwaar in landen met een geliberaliseerde energiemarkt waar de afzet en de prijs van de te produceren elektriciteit onzeker zijn.

Staatssteun
Nieuwbouw van kerncentrales is daarom alleen met directe of indirecte staatsteun rendabel te maken. In landen met een gereguleerde energiemarkt kan dit in de vorm van afzet- en prijsgaranties. In andere landen gebeurt dit met directe subsidies onder het mom van ‘innovatie’ en via staatsgaranties voor de leningen die worden afgesloten. Essentieel is in alle gevallen de bereidheid van de staat om de wettelijke aansprakelijkheid bij grote ongelukken over te nemen van de eigenaren van de centrale. Als de eigenaren zelf aansprakelijk zouden zijn dan zou het niet mogelijk zijn om de centrales operationeel te houden omdat deze risico’s niet verzekerbaar zijn. Dit is een klassiek voorbeeld van de privatisering van de winsten en de socialisering van de risico’s.
Ook andere kosten van kernenergie dreigen op de overheid te worden afgewenteld. De Europese commissie maakt zich bijvoorbeeld zorgen over de fondsen waar later de ontmanteling van de kerncentrales uit betaald moet worden.

Beperking broeikasgassen
Kernenergie leidt naar schatting tot een uitstoot van 66 gram CO2 equivalent per kilowattuur. Dit is meer dan bij duurzame energiebronnen (9 tot 38 gram), maar veel minder dan bij fossiele brandstoffen (443 tot 1050 gram). Op het oog lijkt kernenergie hiermee een geschikte manier om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Er kleven echter een aantal belangrijke nadelen aan de bouw van nieuwe kerncentrales voor dit doel.
Investeringen in kerncentrales hebben een langere doorlooptijd (ongeveer 10 jaar) dan investeringen in alternatieve manieren om broeikasgassen te besparen. Dit betekent dat investeringen in kernenergie pas na 10 jaar tot besparingen leiden. Kernenergie is ook een kostbare manier om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Voor hetzelfde geld kan op dit moment veel meer uitstoot worden voorkomen door te investeren in bijvoorbeeld energiebesparing, warmtekrachtkoppeling en windenergie. Door de sterke prijsdaling van zonnepanelen zal ook zonne-energie over enkele jaren goedkoper zijn dan kernenergie.
Daarnaast is het niet mogelijk om zonder grote verliezen snel te variëren in de energieproductie van een kerncentrale. Als een groot deel van de elektriciteitsproductie door kern- en kolencentrales (die ook niet flexibel zijn) zou worden geleverd, dan wordt het lastig om daarnaast sterk fluctuerende energiebronnen zoals wind- of zonne-energie in te zetten. Door de bouw van een groot aantal kolencentrales dreigt in Nederland zo’n situatie te ontstaan. Nieuwe kerncentrales zouden deze situatie verder doen verslechteren.

Technologische doorbraken?
De nucleaire industrie houdt ons al jaren voor dat ze bijna zover zijn dat ze met nieuwe technieken de bekendste bezwaren tegen kernenergie (onveiligheid en radioactief afval) op kunnen lossen of in ieder geval sterk beperken. Op dit moment staan zogenaamde vierde generatie reactoren in de belangstelling die vanaf 2030 beschikbaar zouden moeten komen.
De meeste concepten voor deze vierde generatie zijn moderne varianten van de snelle kweekreactor. Die kweekreactoren werden in de jaren zeventig en tachtig ook al als de oplossing van de problemen met kernenergie aangeprezen. De – nooit in gebruik genomen – centrale bij Kalkar was bijvoorbeeld van dit type. Bij een snelle kweekreactor wordt het grootste deel van het uranium als brandstof benut. Voordelen zijn dat er veel meer energie uit uranium kan worden gehaald en dat er veel minder radioactief afval over blijft. Ondanks deze voordelen zijn snelle kweekreactoren tot nu toe overwegend op mislukkingen uitgelopen.
Een belangrijk nadeel van de snelle kweekreactor is dat de nucleaire reacties instabieler zijn dan bij conventionele kernreactoren. Het wegvallen van de koeling kan in een snelle kweekreactor tot een nucleaire explosie leiden, iets wat in een conventionele centrale niet mogelijk is. Omdat in een kweekreactor geen water als koeling kan worden gebruikt zijn kostbare en moeilijk beheersbare koelsystemen gebaseerd op helium, natrium, lood of gesmolten zout nodig. De grote hoeveelheden plutonium die in een snelle kweekreactor worden geproduceerd en die in opwerkingsfabrieken moeten worden gerecycled vergroten bovendien het gevaar van de verspreiding van dit materiaal dat voor kernwapens gebruikt kan worden.
Door deze nadelen is het niet waarschijnlijk dat het tot de grootschalige bouw van snelle kweekreactoren zal komen. De resterende vierde generatie concepten zijn van het conventionele type en produceren net zoveel radioactief afval als de huidige reactoren.

Waarom nieuwe kerncentrales?
De ramp met de kernreactoren in Fukushima lijkt een definitief einde te hebben gemaakt aan de dromen over een nucleaire renaissance. Toch willen een aantal energiebedrijven, waaronder RWE (het moederbedrijf van Essent) en Delta, in Nederland nieuwe kerncentrales bouwen. Door directe of indirecte staatssteun en het afwentelen van kosten op de samenleving zou een kernreactor voor de exploitant rendabel gemaakt kunnen worden. Wordt hieraan voldaan, dan passen kerncentrales goed in het huidige model van grootschalige en gecentraliseerde energieproductie, waarin een klein aantal bedrijven een groot deel van de energieproductie beheerst. Een overcapaciteit van niet-flexibele centrales gebaseerd op kolen en kernenergie zou de invoering en ontwikkeling van kleinschalige en duurzame energiebronnen, die een bedreiging vormen voor dit bedrijfsmodel, sterk tegenwerken.
Terwijl wereldwijd kernenergie op zijn retour is dreigt het rechtse klimaat en het ontbreken van sterk protest in Nederland er toe te leiden dat hier de bouw van nieuwe kerncentrales wordt doorgezet. Eventuele nieuwe kerncentrales en nieuwe kolencentrales verdiepen het huidige model van niet-flexibele, gecentraliseerde energieproductie en staan de ontwikkeling van duurzame,flexibele technieken in de weg. Hierdoor dreigt Nederland nog verder achterop te raken in de noodzakelijke omschakeling naar kleinschalige en duurzame vormen van energieopwekking.

Bron: 
Gepubliceerd op: 24 oktober 2011
Auteur: William van den Heuvel

www.grenzeloos.org

Geen opmerkingen:

Een reactie posten